Poëzie

En het was op die leeftijd...De poëzie was
naar me op zoek. Ik weet niet, weet niet vanwaar
ze opdook, uit winter of rivier.
Ik weet niet hoe of wanneer,
nee, geen stemmen, stemmen waren het niet, geen
woorden, geen stilte,
maar uit een straat werd ik geroepen,
uit de takken van de nacht,
plotseling, te midden van de anderen,
te midden van de felle vuren
of alleen op de terugweg -
daar stond zij zonder gezicht
en raakte me aan.

Ik wist niets te zeggen, mijn mond
zag geen kans
iets uit te brengen,
mijn ogen waren blind,
en er sprong iets op in mijn ziel,
koorts of verloren vleugels,
en door die brand te ontcijferen,
smeedde ik
mijn eigen eenzaamheid
en ik schreef de eerste vage regel neer,
vaag, onvast, pure
nonsens,
pure wijsheid
van wie niets weet,
- en ineens
zag ik de hemel
opengaan
en zich mededelen:
planeten,
sidderende landouwen
en het donker doorschoten,
doorzeefd
van pijlen, vuur en bloeseming
de overrompelende nacht, het heelal.

En ik, nietig wezen,
van de grote sterrende leegte
dronken,
ik naar gelijkenis en beeld
van het mysterie,
voelde mij zuiver deel
van de afgrond
en ik wentelde mee met de sterren
en mijn hart sloeg op drift in de wind.

Pablo Neruda

Uit: Gedichten, Baarn Ambo 1993 tweetalige editie, vertaling Dolf Spoor